De Drentsche Aa in natte en in droge tijden


Weilanden onder water en sloten en de beek tot de rand toe gevuld: eind 2023 was een natte periode voor de Drentsche Aa. Een groot contrast met de droge zomers van afgelopen jaren. Het waterschap Hunze en Aa’s onderzoekt de effecten van de extreme natte en droge periodes en adviseert hoe we het gebied hiertegen kunnen beschermen. Harry Jager is gebiedshydroloog bij het waterschap en neemt ons mee in de uitdagingen en plannen in het Drentsche Aa-gebied. Wat staat de Drentsche Aa nog te wachten?

Snelweg voor water

De Drentsche Aa wordt vaak omschreven als een van de best bewaarde beekdallandschappen van West-Europa. “Aan grote delen van de Drentsche Aa is nog niet gesleuteld, daar stroomt de beek op de natuurlijke manier”, vertelt Harry. “We zien daar een ondiepe beek door het landschap kronkelen. Andere delen van de beek zijn in het verleden wel aangepakt, om het gebied geschikter te maken voor landbouw.” Op die plekken is de beek dieper en breder gemaakt en rechtgetrokken. De beek kronkelt niet meer door het landschap, maar legt een kortere afstand af en stroomt snel het gebied uit. “De beek is daar een snelweg voor water geworden. Dat zorgt voor verdroging in het gebied zelf en voor wateroverlast bij het eindpunt van de beek in Groningen.”

Natuurlijk beeksysteem

“Op die plekken waar aan de beek is gesleuteld, blijft de beek netjes binnen zijn bakje. Ook wanneer er veel regen valt. Maar we willen juist dat het water over de randen van de beek kan stromen en zich verspreidt over het maaiveld. Dat hoort een natuurlijk beeksysteem te doen én dit vermindert de piekafvoer naar Groningen, omdat het water langer in het gebied blijft.”

Goed voor het natte, goed voor het droge

Het water in het gebied stroomt vanzelf richting de beek, en dat gaat ook zo blijven. “Het beekdal ligt namelijk laag. Door het hoogteverschil trekt het water weg uit omliggende gronden. Maar ook de hoger gelegen zandgronden en grond op de boswachterijen willen we graag nat houden, bijvoorbeeld door het vasthouden van regenwater. Het water trekt dan de bodem in het zo bouwt het gebied een buffer op voor droge perioden.”

Een hoger niveau

In die droge perioden zakt de waterstand namelijk nog dieper weg. Om dat tegen te gaan, is in een pilot de bodem van drie delen van de beek opgehoogd met zand. “Het water komt op die manier hoger te staan en daarmee verhogen we het waterpeil in het gebied. Het is gebruikelijker om stuwen te plaatsen in een beek en zo het waterpeil te verhogen, maar het nadeel daarvan is dat de beek minder natuurlijk stroomt. Door de bodem op te hogen, behouden we de natuurlijke stroming, maar dan hoger in het gebied. Wanneer meer bekend is over de resultaten van de pilot op lange termijn, worden ook plannen gemaakt om andere delen van de Drentsche Aa aan te pakken. “Zo blijven we werken aan een robuuste Drentsche Aa.”